is toegevoegd aan uw favorieten.

Reize rondom myn kamer.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(H2 )

haven van Pireëus inkwamen, eenen zekeren Athener toebehoorden.

Voornamentiyk bemin ik de dichters, die my tot de hoogde oudheid te rug voeren : de dood van den eerzuchtigen Agamemnon, de woede van Orestes, en de geheele treurige gefchiedenis van het gedacht van Atreus , door den Hemel vervolgd, boezemen my een fchrikin, welken de hedendaagfche gebeurcenisfen in my niet kunnen verwekken.

Zie daar de nootlottige lykbus, die de asfche van Orestes in zich befluit. Wie yst niet op dit gezicht ? Eleftra! ongelukkige zuster, bedaar, het is Orestes zelfs, die de lykbus draagt, en deze asfche is die van zynevyanden.

Tegenwoordig vindt men geene rivieren meer, die gelyke zyn aan de Xanlus, of aan de /ca«

manier ; men ziet geene vlaktens meer

even als die van Hesperie, of van Arcaaie: waar zyn tegenwoordig de Eilanden van Lemtios en van Cretaï waar is dat berucht doolhof? waar is die rots, die de verlatene Ariadne met hare tranen befproeide? Men ziet geene Thefeujfcn meer, veel minder Htrculejfen ;

de