Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

54^ DE PLIGT DER

merkelyk nut door kunnen hebben, naar hetwelk ons de eigenliefde beveeJt te ftreeven. Wy kunnen niet naar behooren aan het heil onzer broederen arbeiden, zonder te gelyk het onze te bevorderen. Terwyl wy hen tot hunnen pligt vermaanen, terwyl wy hen de fchandelykheid en fchadelykheid der ondeugd voor oogen ftellen, en hen van de betaamelykheid, van de noodzaaklykheid en fchoonheid der deugd trachten te overtuigen, worden wy zeiven daardoor in den haat tegen het kwaade en in de liefde tot het goede verfterkt, en wy bekomen daardoor nieuwe beweegredenen, om het eene met alle zorgvuldigheid te vermyden, en het andere met yver te doen. Gedraagen wy, ons ten deezen opzichte als oprechte vrienden onzes naasten, dan moogen wy ook in gelyke gevallen de zelfde bewyzen van vriendfchap van anderen verwachten. Zy zullen ons, wanneer wy op eenen dwaalweg geraaken,te recht brengen; zy zullen ons de gebreken, die onze eigenliefde voor ons verbergt, ontdekken; zy zullens ons, wanneer wy traag en nalaarig beginnen te worden, aanmoedigen, en tot eene ftandvastige voortzetting van onzen deugdzaamen loop opwekken. En wat mensch heeft niet zeer dikwyls deeze hulpe noodig ? Zullen

wy

Sluiten