Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men heefc den mensch dikwyls een gedrag verweeten, dat met zichzelven en met zyn eigen grondregelen flryd , en de dagelykfche ondervinding leert, dat dit verwyt niets minder dan ongegrond is. Men vergelyke maar eens de wyze op welke de mensch zyne aardfche bezigheden en belangen behartigt, en voor zynen uiterlyken welvaart zorgt, met de wyze op welke hy de pligten des Christendoms vervult, cn aan zyne geestelyke en eeuwige gelukzaligheid arbeid. Hoe dikwyls zal men hem in het eene opzicht vlak het tegendeel van datgeene zien doen of laaten , wat hy in het andere opzicht doet of laat ? Is hy, aan de eene zyde, met de grootfte vlyt werkzaam om de bezigheden, de gebruiken, de vermaaken, de voordeden deezer waereld, den weg tot rykdom, tot eer en tor. magt te leeren kennen: zo blyft hy aan de andere zyde, ten aanzien der meeste dingen, welken de volmaaktheid en den vrede zyner ziele betreffen, onkundig, of vergenoegt zich met eene zeer oppevlakkige kennis van dezelven. Ontglipt, aan de eene zyde, niets aan zyne opmerking , wat maar eenigzins zyn aardsch geluk bevorderen of bevestigen kan; gevoelt hy P 5 zich

Sluiten