Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN DEN MENSCH. if

ccne onöphoudelykc cn onvermoeide werkzaamheid, van eene werkzaamheid, mer een innig befef van zichzelven en zyne krachten verbonden, niet een1 grooten voorrang hebben boven min werkzaamc , of zonder bewustheid werkende weczens? Zou dit hem niet eene zeer aanzienlyke waardigheid byzettcn ?

Voegt hier , ten vierde, by , de bekwaamheid , om gejladig verder ie gaan , en telkens volmaakter te worden; en gy zult eenen nieuwen grond zyner uitneemende waardigheid ontdekken.

Schoon is de zon , fchoon is de maan , fchoon zyn de Herren, fchoon de gewasfen en planten, die onzen aardbodem verfieren; elk volmaakt en onverbeterlyk in zyne foort: doch zy blyven gelyk zy zyn; hunne geftalten , hunne fchoonheid , hunne beweeging, hunne werkzaamheid is en blyft altoos dezelfde. Zy zyn reeds alles, wat zy zuilen en kunnen weezen. — Doch zo is het niet met den mensch, mync geliefde Vrienden ! Hy is geenszins reeds alles, wat hy zal en kan 3yn. Hem zyn geene volftrekte en eeuwige

VI. Stuk. JB gren*

Sluiten