Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVER DE ONBEDACHTZAAMHEID. 23

eigenbaat, of eerzucht, of uiterlyke onhandigheden beteugeld , en weerhouden werd; dat de kwaade indrukfels , die hy ontving, on.middelyk weder door anderen verzwakt en uitgewischt werden : dit heeft hem bewaard , gered ; en dit zyn onbetwistbaar zonderlinge weldaaden der Voorzienigheid, die de wagt over hem hield, en niet toeliet dat hy dcede, 't geen hy anders gedaan zou hebben. Maar welke verdienfte is daarin voor hem gelegen ? welke belooning mag hy zich deswegen belooven? wat zekerheid heeft hy, dat hy in elk ander geval even zo gelukkig zal weezen? Nooit is hy van zichzelven en van zyne goede geneigdheid verzekerd ; nooit kan hy zich . op zyne deugd verlaaten; en hoe kan hy dan in den cigenlyken, naauwften zin van het woord, ooit deugdzaam worden ? op welk eene wyze zekere vastheid en fterkte in de deugd ver'krygen ? hoe , met goeden uitflag , naar de menfehelyke en christelyke volmaaktheid ftrecven , waartoe wy allen geroepen zyn? -

En wat toch zal den onbedachtzaamen tegen de rampen deezes levens wapenen, wat B 4 hem

Sluiten