Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

23<5 OVER DE LAAUWHEID JN D S V

binnenfte ontroerd, op het diepfte getrofTcn, ■ tot het verlaaten van zyne dwaalwegen bewogen , en tot even zo groote als duurzaame veranderingen opgewekt worden I

Bedenkt, eindelyk, myne aandachtige Toehoorers ! dat de mensch , die noch koud noch warm, noch voikomen goed noch volkomen kwaad is, gemeenlyk by uit/lek ellendig is. Hy geniet in de meeste gevallen noch het bedriegelyke vermaak der zonde, noch het zuivere genoegen der deugd; noch de zekerheid van den verharden zondaar, noch de gerustheid van den bevestigden Christen; noch de verdoovcnde vreugde van den geheel zinnelykcn , noch de ftille , fteeds proefhoudende, cn door overdenking fterker wordende, gelukzaligheid van den geheel verbeterden mensch, die zich aan het gezach der reden en van het Christendom onderworpen heeft. Nu fmaakt hy den wellust der zonde; dan wordt hem dezelve door kwelling en naberouw vergald. Nu verfchynen hem pligt, deugd, godsdienst in eene. beminnenswaardige gedaante; hy zou haare voorfchriften en wetten wel xvillen volgen; hy fmaakt ecnigermaate haare zaligheid ; dan valt hem haar dienst weder

zwaar 3

Sluiten