Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

234T DE VOLMAAKTE MAN, DÏE IN

weldaadig en niet beledigend. Vier eigenfchappen der fpraak, welke de fpraak zelve en den mensch,die ze op die wyze gebruikt, in eenen hoogen graad volmaakt maaken.

Alwie derhalven in woorden niet ltruikelt, diens rede is eerftelyk fteeds voor hem en anderen verftaanbaar. Hy fpreekt niet, enkel om te fpreeken of anderen, door zich meester van het gefprek te maaken , in 't fpreeken te hinderen. Hy fpreekt niet, om zyne toehoorers in de war te brengen, of de onkundigen en zwakken onder hun door ydele.klanken, door woorden, die zeer veel fchynen te zeggen , en echter weinig of niets betekenen, als 't ware te overfchreeuwen, en in eene foort van verrukking te brengen. Hy fpreekt niet om gepreezen en bewonderd, maar om verftaan te worden. Hy denkt derhalven eerst zelf, voordat hy fpreekt; tracht eerst licht en orde en verband in zyne gedachten te brengen, voor dat by ze anderen door woorden mededeelt; geeft nooit meer, dan hy heeft; wenscht nooit verftandiger en wyzer te fchynen, dan hy is; fpreekt nooit over zaaken, die hy niet verftaat, of zo hy het doet, gefchiedt het enkel om deswegen on-

dey«

Sluiten