Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der Syftematlfehe Godgeleerdheid. 21

maar den regten weg van zuivering iriflaat, en het waare licht zoekt. — Dit waare licht is een inwendig Godlijk licht, zo als zommigen meenen, den mensch ingefchaapen, of, gelijk anderen beweeren. hem door eene onmiddelijke open^ baaring ingeltort, En dit licht beftjat daarip, dat de mensch alle dingen, die. voor de behoudenisfe zijner ziel te weeten noodzaaklijk zijn, eeniglijk en vol-. komenlijk kent. — Door dit licht beftraald legt de mensch alle eigenliefde af; hij rust, hij ilaapt in God; hij hoopt en vreest niets rueer. God denkt, God wil, God werkt in hem. De mensch wordt niets (*). De ziel, dus gezuiverd, bemint God, en zoude hem beminnen blijven, alfehoon,

ook:

zommigen , die zich lieten voorftaan, dat zil

God wiarcn, zo als er gevonden werden ondey de navolgers van Hendrik nikolaas, doorgaans Familisttn geheeten . die van 1555, of ongeveer dien tijd, af, in de zestiende eeuw, zich, voornaamlijk in de Nederlanden hebben opgehouden; van w.elken in het vervolg iets nader.

(*) Indien men op deeze wijze voortredeneert, hoe nabij komt men dan aan de Helling, de mensch is God? V. lgens v ij t t e n ho v e n, in zijne Gef. d. btpo. Kerk vati ANTWf-'Rpgw I. bl. 54. vindo men eene plaats ergens in de werken van aoodsi tinus, die ons leert voorzichrig te zijn in het feefchrijven van een' waaren Kristen, die Gói liet heeft; deeze plaats luidt dus: De mensch is '* gene zijne liefde omvat: bemint gij aarde, z». tiijt gij aarde: bemint- gil God, wat zal i,ï zeg,*. %cn ? —. zo zijt gij God.

»3

xvrr,

ÏÏUW.

f

Sluiten