Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C sï )

vindt, quo me ad tempus occurfurum putoren (*) > quod ad tempus te exfpe&amus (f); multus fermo ad multum diem (§); ad quae tempora te expe&em (**.)» ad quos dies riditurus fim (ff); ut cxplores ad quam diem (§§); en meer andere dergelyke uitdrukkingen. Dog wat volgt hier uit? Wat anders, dan dat het blykt dat de Romeinen, ad diem, ad tempus venire enz. gebruikt hebben, of voor opportune, of voor usque, of voor circa, dat is, voor by tyds, tot, of tegen zekeren dag? Alle deze uitdrukkingen bewyzen dus niets anders, dan alleen dat Ad diem door hen in eenen geheel anderen zin gebezigd is geworden, dan gy zulks gaarne hier zoudt willen doen voorkoomen. Immers is het uwe taak om te bewyzen , niet dat de Romeinen zig, in genere, van de uitdrukking, ad diem, of van andere foortgelyke bediend hebben; maar om door duidlyke voorbeelden aan te toonen, dat zy Ad diem gebruikt hebben om eenen zekeren bepaalden dag te kennen te geeven ; en dat zy dus Ad diem gefchreeven hebben, met een nomen numerale agter deze woorden,om den door

hen

(*) Philipp. I. 4. (f) IV ad Did. 10. (5) III. Att. Ep. 9. IV. Att. Ep. 15,

, (tt) XIII. Att. Ep. 9. XII. Att. Ep.

Sluiten