Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 28 )

„ middelen om de hevigheid zyner drift tc ,, maatigen. Van den anderen kant, verzagt zy „ menschlievend de droefheid der Gevangene, „ die, zo ze nog Maagd ware, troostloos moest „ weezen, dat ze niet, naar haaren zin, door „ de hand haarer Ouderen, was uitgehuwd;of, „ Weduw zynde, niet konde naalaaten te wee« nen, op de overdenking, dat zy, van haaren „ eerften egtgenoot beroofd , eenen heersch3, zugtigen meester zoude vinden in den pers, foon van den tweeden" (*).

En het zal gefchieden, dus vervolgt de Wet, indien gy gem behangen in haar hebt, dat gy ze zult laaten gaan naar haare begeerte; doch gy Zult ze geenzins voor geld verhopen: gy zult met haar geen gewin dryyen , daarom dat gy ze vernederd hebt (f). Regtvaardige üraffe voor de onftand-

vas-

(*) Volgens den geleerden Alexandrynfchen Jood, gedoogde de Wet zelf niet de eerfte gemeenzaamheden van den Soldaat met zyne Gevangene; hy moest haar trouwen. Dit is insgelyks het gevoelen der Talmudisten van Jerufalem, van josephus, van aerabanel, van Rabbi bechai, en anderen. De Auibeur.

(fj Deut. XXI: 10. Dat is te zeggen, volgens aerabanel, haar verworpen hebt, naa dat gy haar eene maand lang op eene harde proeve hebt gefield. Doch wanneer men door deeze uitdrukking vcrftaan moest de vleeschlyke gemecnfchap des Overwinnaars met zyne Gevangene, zoude deeze Wet nog veel zagter zyn dan die der meeste andere Volken, die zich alles met hunne gevangene gcooilofd rekenden, en haar vervolgens vcrkogteu, of ze hunnen flaaven tot vrouwen gaven. Men leeze

d*

Sluiten