Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( =34 ) T EXT.

„ Ongelukkig wordt er tevens verhaald, dat „ de Koning van Egypten het land van Gefer in „ Kanaan hadt veroverd, en dat hy de ftad Ge„ fer tot een Huwelyksgoed gaf aan zyne Doch„ ter, welke, zo als voorgewend wordt, met „ Salomon trouwde". (Aldaar.)

VERKLAARING.

„ Ongelukkig" voor u, myn Heer, ziet gy zomtyds tegenftrydigheden alwaar 'er geene zyn, en dikwyls bemerkt gy 'er geene, alwaar zeer weezenlyke zyn.

Toen de Hebreeuwen zich meester maakten van Palestina, handhaafden de Kanaaniten van Gefer zich in die Had, onder voorwaarde, egter, dat zy dcrzelver Leenmannen worden en fchatting aan hun betaalen zouden; de Schriftuur zegt het uitdruklyk: in de zelfde betrekking hadden zy tot David geftaan, en Honden dus ook tot Salomon. Gefer ftondt, derhalven, onder zyne heerfchappye , zelf vóór dat de Koning van Egypten , waarfchynlyk met - zyne toeftemming (*) , deeze plaats belegerde en innam.

Naa

C*) Wy gelooven, dat naa Davids dood de inwooners van Gefer zich verbeeldden, zich van de omftandigheid te kunnen bedienen , om het juk des nieuwen Konings af te fchudden, en dat het geTShiedde met oogmerk om hem dienst te doen, dat Pharao, zyn Bondgenoot cn Schoonvader, deeze Stad beleger, de. Dl Auileur.

Sluiten