Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 5*5 )

Pharifeeuwen. Het komt ons voor, dat dit niet het Noodlot van homerus noch dat van zommige Wysgeeren is: het is zelf uw Noodlot niet (*); dat der Pharifeeuwen behelst, onzes oordeels, niets berispenswaardigs (f).

De

(*) Zie de Artikelen chaine des evenemens, destin e'e , lib er te' van het Dittionnaire Philofopbique. De Schryver beweert aldaar de volftrekte Noodlottigheid: hy houdt ftaande dat alles noodzaaklyk is, zo in het Zedelyke, als in het Natuurlyke; dat de mensch geen meerder vryheid bezit dan zyn hond; dat wy noodzaaklyk willen, in gevolge van denkbeelden , die ons noodzaaklyk voor den geest koomen, enz. En zo gy wilt weeten, wat 'er dan van de vryheid worde, antwoordt hy, dathy u niet verftaat; en zo gy hem vraagt, hoe de Godlyke Regtvaardigheid misdaaden kan ftraffen, die noodzaaklyk gepleegd zyn, zegt hy, dat 'er luiden zyn die het weeten, maar dat hy het niet weet; en zo gy verder aanhoudt, voegt hy 'er by: „ ik bezit noodzaaklyk de drift om dit te fchry„ ven, en gy bezit de drift om my te veroordeelen: wy zyn „ beiden even zot, even zeer de fpeelpoppen van het Nood„ lot. Uwe Natuur is kwaad te doen; de myne is de waar„ heid te beminnen, en haar, in weerwil van u , waereld„ kundig te maaken". Eene verlichte , heilzaame Leer , der Godfprnaken van de hedendaagfche Wysbegeerte waardig! Zie daar de troostryke gevolgen van hunne ontdekkingen, en de heilzaame vrugten hunner naafpooringen ! Wat waren onze Pharifeeuwen onkundige en lompe Wysgeeren, in vergelyking van deeze ,, Heeren"! De Autheur.

(f) Volgens josephus was het een van hunne beginzels, dat de mensch , om goed te kunnen doen, de hulp van het Noodlot, dat wil zeegen, van de Voorzienigheid en haare genade , noodig hadden. Konden zy zich wel regtzinhiger uitdrukken? De Autheur.

Kk 2

Sluiten