Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 516 )

De „ Zielsverhuizing" der Pharifeeuwen is insgelyks niet die van „ het verwonderenswaardige „ vyftiende Boek der Gedaanteverwisfelingen „ van ovidius". De Pharifeeuwen geloofden, dat de Zielen der Regtvaardigen in eene vermaaklyke plaats overgingen, van waar zy op de aarde konden wederkeeren , om andere menschlyke lichaamen te bezielen. Doch zy hielden het tevens als zeker, dat de Zielen der boozen, voor altoos in donkere holen opgeflooten, aldaar tot in eeuwigheid ftraffen leeden evenredig met hunne misdaaden. Deeze denkbeelden zyn, zo wy ons niet bedriegen, niet volkomen gelyk aan de Zielsverhuizing, „ door pythagoras uit

de Indien overgebragt, en door ovidius „ gezongen".

Hoe het zy, vermids de gevoelens der Pharifeeuwen de Wet van Mofes nergens in wederfpraken, zien wy niet, dat 'er, tot het verdraagen derzelven, eene „ alleruitgeftrektfte" Verdraagzaamheid noodig was.

Over de Esjeenen.

Veel minder nog was 'er zulk eene onbepaalde Verdraagzaamheid noodig ten aanzien van de Esfeenen : zy waren niet zo zeer een Aanhang van Ketters , als i eene Geestlyke Orde , eene maatfchappy van Godvrugtige en Godsdienst

yve-

Sluiten