is toegevoegd aan je favorieten.

Brieven van eenige Portugeesche en Hoogduitsche jooden, aan den heer De Voltaire.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 157 )

de vryheid, die zy hadt om te mogen hertrouwen, te bekragtigen. Hierdoor wierden voorgekomen de gefchillen, welke de fpyt en de jaloezy des eerften Mans konden veroorzaaken. De noodzaaklykheid van dit fchriftlyk Bewys hadt nog een ander voordeel. Zulke Mannen, welke niet konden ichryven, waren verpligt, de toevlugt te neemen tot hunne Vrienden, of de openbaare Schryvers; en deeze flap gaf reeds tyd aan de eerfte gemoedsbeweegingen om te bedaaren, en om nadere overdenkingen te doen voortkoomen. Dit alles wierdt onderfteund door de raadgeevingen van een verftandigen Vriend; en het karakter der openbaare Schryvers, (deeze waren de Priesters en Leviten,) moest kragtbyzetten aan de Vertoogen, welke zy, waarfchynlyk, niet nalieten, by zodanige gelegenheden, te doen. Doch gefteld dat de Man konde fchryven, is het een geheel ander ding, een mondeling Affcheid te geeven, of een fchriftlyk Stuk op te ftellen; tot het een wordt meer overdenking dan tot het ander vereischt; en het lydt geen twyfel, of deeze verpligting meer dan ééne Echtfcheiding voorgekomen hebbe.

2. Indien de Wetgeever den Man alleen Regter laat over de beweegreden, welke hem aanfpoort om zyne Vrouw te verftooten, zonder dat men hem, ter dier oorzaake, konde ontrusten, of geregtlyk vervolgen; hy onderftelt, nogthans, dat hy daartoe eene redelyke beweegreden