Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KEGEN-EN TWINTIGSTE BRIEV,'

Van Talbert aan Mozinge.

»t Zoude zeer fniertelyk zyn, dat het de omftandigheid eener doodelyke Crefis voor uwen Broeder was , die u uwer. Brief heeft doen afbreken en toefluiten; dan. zo het om een andere oorzaak is geweest, zoude ik het Noodlot 'er voor danken, dewyl het my een geheele Litanie.,- van droefgeestige overdenkingen heeft gefpaard. Die, welke ik gedurende agt dagen, dat ik my van het aangenaam gezicht myner Schoone hebbe moeten fpeenen , gemaakt hebbe, zyn verdrietig genoeg geweest. Ondertusfchen zoude ik my gelukkig moeten fchatten, zo de geduurige aanvegtingen myner blaken, den ie ver, my de vertragingen niet draaggelyk maakte. Gy weet. de Cloucy my niet meêr als veertien dagen tyd heeft gegeven, om de groote onderneming van het Clandtstine-Huwelyk te volbrengen ; nu zyn 'er al agt verloopen, en alles is noch even onzeker',

Sluiten