Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

23o Over de toelaating

nen, zou de fchadelykheid van zyne vergiftige grondftelüngen nooit zo duidelyk gekend, en de nadeelige uitwerkingen derzelven nooit met zulk een gelukkig gevolg verhoed kunnen worden. Maar nu , daar het ongeloof, onder de misbruikte befcherming van vryheid in denken, zich het recht aanmaatigt, om alles, wat ooit of ooit aan de reden en menschheid is heilig geweest, met de ftoutmoedigfte vermetelheid aan te randen, nu wint de waarheid van den Godsdienst van alle kanten. Want terwyl het ongeloof deszelfs aanvallen met alles verfterkt wat het maar eenigzins van de wysbegeerte en fraaije weetenfchappen kan ontleenen ; terwyl het, ter ontfchuldiging van zyne reeds mislukte aanvallen, niet meer zeggen durft dat het hem ongeoorloofd is den Godsdienst in zyne juiste zwakheid voor te ftellen, zo is ook alles wat zich thans tegen die aanvallen kan ftaande houden, gewisfe , onöverwinnelyke, Godlyke waarheid. — Maar het bygeloof verfchrikt voor alle deeze aanvallen; het kan 'er zich niet tegen verzetten ; alle wonden die hetzelve thans ontfangt zyn doodelyk^en dit is een nieuw voordeel voor de waarheid. De voorbaarigheid en de geestdryvery , die , by eene meerdere overtuiging, altoos genegen blyven aan den Godsdienst haare byvoegfelen op te dringen, durven, by deeze fcherpziende waakzaamheid van het ongeloof, niet onder, neemen zich met den Godsdienst te verëenen j

maar

Sluiten