Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

.„ VAN DE OPENBARING

wys en goedertieren Wezen den mensch tot zulk eene gevvigtige en verhevene verordening gefchapen, en hem de daartoe noodige vermogens niet gefchonken hebben? Alle de bygebragte waarheden fpruiten ook, onmiddelbaar, voort uit de allerëerfte grondftellingen der menfchelyke kennis. De mensch , zyne oogen flechts openende, ontdekt aanftonds den Schepper en Regeerder der waereld met alle zyne eigenfchappen. De toevalligheid van de waereld, —- de wyze inrichting van alle haare deelen, — het weldaadig verband van het geheel, — meer heeft de reden, meer heeft de mensch niet noodig om zich, duidelyk zeker, de natuur van dien Schepper der waereld, zyne gantfche betrekkin? tot Denzelven , en tevens alle de gronden die tot onze rust verëischt worden , daaruit optemaaken. Want hierby vestigt hy flechts zyne gedachten op zyne zedelyke natuur, en voegt 'er het denkbeeld by, dat God een wys en goedertieren Wezen is; — aanftonds is 'er ook de rustveroorzaakende overtuiging van zynen toekomenden ftaat aan verknocht."

Dat de reden , in onze dagen , bekwaam is dit befluit, duidelyk en gewis, te kunnen vormen, wie zou daaraan willen twyfelen ? Wy onderzoeken ook niet hoe ver de reden, van trap tot trap , met haare inzichten zou kunnen vorderen. Waarheden , die uit natuur-

Sluiten