Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4 UIEVEN V A? N

reisde ik- ook de ganfchc vvaereld rond , ner* gens, nergens zoude ik dit wedervinden.

Maar wat beduidt tóch die ongemeen hecvige fmerte, alle die bittere traanen ? Immers heb ik voorheen ook wel eens van myne lieve Nigt moeten fcheiden; maar nog nooit diergelyke geweldige aandoeningen ondervonden , nooit zulk eene akelige eenzaamheid rondom' my gewaar geworden. Het is of alles ongevoelig , alles dood voor my is ; of ik my alleen in eene Woestyn bevinde, van allen verlaaten ; verlaaten' van: ...... ik durf my niet

verder uiten; ik fchroom' den naam te noemen van hem, die de oorzaak is van alle deeze onrust. Hoe onredelyk ben ik ! misnoegd op my zelve, dat ik zyn denkbeeld fteeds voor my hebbe, is het my onmogelyk, het uit myn hart te verbannen. Ach! hoe ontroerden my zyne fpreekende trekken ! hoe werd myne ziel door den klank zyner ftemme doordrongen ï Het is als of ik hem nog zie, nog hoore !. .. De Hemel zelve bragt die fnelle famenfmeltingvan zielen voort, die deor geene woorden kauworden uitgedrukt.

Nu , nu ik- hem vlicde, is hy meer dan ooit. voor myn geest tegenwooxdig. Myn. hart is

Sluiten