Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

$6 BRIEVEN VAN

fchap , wanneer wy elkander weder zagen.' Welk eene tedere bezorgdheid over myn minfte leed : het fcheen, of haar alles ontbrak, zo haast zy haare Dogter niet meer zag. Neen: ik heb haar niet naar waarde bemind; ik was te vol van myne dwaaze liefde;en nu, nu kan ik dit niet meer vergoeden: nu ween ik op een yskoud lyk, dat my niet meer hoort, daar ik vergeefs myne klagten voor uitftort; ik roep haar, ik zoek haar; en, waar ik ga, nergens, nergens, kan ik haar meer vinden ; dit vertrek, dit bed, deeze meubelen, de plaatfen, waar ik haar te voren zag, die kleederen, welke zy pleeg te dragen; ach, dat alles fcherpt myne droefheid en wanhoop. : Haar nooit, nooit weer te zullen zien , daar zy meer dan ooit dierbaar aan myn hart was, daar alles haar aan myn geest verleevendigt ; dit is niet over te komen. De eenige troost, die my nog gebeuren mag, is die van myne traanen in den ■boezem van myne waarde Conftance te ftorten; en ach , die troost zal my ook wel haast Ontrukt worden. Zy en haare Moeder wagten flegts het uur af van de aankomst van myn Vader, die hier binnen weinige dagen zyn zal, run te vertrekken. Uw Vriend yertoont zig

hier

Sluiten