Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 225 )

ftrek my zelve ten last, wanneer ik het anderen niet doe.

De Ritmeester heeft my verlaaten en ik bemin er hem. te meer om, hoe zeer ik ook zyn gemis gevoel e! Zyn laatften Brief nam ik ridderende in de hand. Ik dagt er zyn affcheid in te zullen vinden. Hy bemint my; hy is niet trouwloos. Hy wil flegts niet meer by rr.y komen. Hy weet nog niet dat ik gefcheiden ben, en ik wensch, dat hy zulks nooit te weeten kome, op dat bet hem niet invalle, my weder te komen zien ! Ik kan noch mag hem niet wederzien.

Dus, Lotje! is het met my gefteld. Ik ben het ongelukkigfte Schepzel, dat gy u verbeelden kunt. De fchande der geheele Waereld fchynt op my alleen te rusten. Het gevoel der fchande is een allerverfchriklykst gevoel. Het verdringt alles uit ons hart, wat naat rechtfchapenheid zweemt. De gevallene Abbadonna kan niet anders te moede geweest zyn.

Wanneer ik u zeg, datgy mede fchuldigzyt v aan mynen ongelukkigen toeftand , moet gy het niet zo begrypen, als of ik de fchuld van mynen hals op den uwen wilde fchuiven INiets II. Deel. P mi„.

Sluiten