is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandelingen over de voornaamste waarheden van den godsdienst.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

44^ VAN DEN GODSDIENST

menigwerf aanleiding gegeeven tot het al te verre gedreven denkbeeld wegens deeze theocratie, alsof, naamelyk, God in deezen ftaat beftendig, op eene buitengewoone wyze, tegenwoordig geweest ware, en dien onmiddelbaar geregeerd zou hebben.

Naar de voorftelling deezer theocratie moet ook de priesterftand, wanneer men 'er juist over wil oordeelen, befchouwd worden. Want, indien dees Ifraëlietifche ftaat, met onze Haaien, deeze Godsdienftige inftelling, met onzen Godsdienst, en dees ftand met onzen geestelyken ftand eenige gelykheid hadden gehad, zouden alle de tegenwerpingen, welken men tegen de menigte, het groote gezag, en de inkomften van deezen priesterftand te berde brengt, volledig gegrond zyn. Maar, de Godsdienst en de burgerlyke ftaat der Ifraëlieten maakten een onaffcheidelyk geheel uit; het ryk van onzen Heiland, integendeel, is geen ryk van deeze waereld ; de Godsdienst van Hem is met den burgerlyken ftaat in geene eigenlyke verbindtenis, maar, als een belang der ziel, ftrekt dezelve zich tot alle ftaaten, tot alle gewesten en tyden uit, terwyl hy in de aanbidding en verëering van God in den geest en in de waarheid, en in de oprechte pooging beftaat, om ons, naar zyn voorfchrift, in eenen reinen, onfchuldigen wandel, voor te bereiden tot de zalige eeuwigheid, welke dc Heiland ons verworven heeft. Doch de Godsdienst der Ifraëlieten