is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandeling over Gods laatste einde in de schepping der weereld.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

f% Gods laatste Einde

„ zulke eigenfehappen welken meest verwijderd „ zijn van alles wat laag, gering, en verachtelijk is, toetekenncn? "

Beantwoording.

i. Zulk eene Tegenwerping kan niet andersi voordkoomen, dan uit eene zeer verkeerde en oppervlakkige kundigheid van de ondeugd der* eigenliefde, en de deugd van edelmoedigheid. Indien men door eigenliefde, of zelfsheid, verftaat, eene geneigdheid in eenig wezen, om zichzelven te bedoelen, dan is zulks niet anders onbetaarneiijk of haa. telijk, dan wanneer zulk één minder is dan eene mee-' nigte, en dus het algemeenenut van grooter waardij dan zijn bezonder belang. Onder de ge. fchaapen wezens, is één enkel perfoon bijna ais niets te rekenen, in vergelijking van alle de overigen; en dus is zijn bezonder belang van zeer weinig aangelegenheid, vergdecken met het belang van het geheele itelfel; eene neiging derhalven in hem, om zichzelven de voorkeur te geeven, als of ,bij meerder ware dan alle de ovciigen, is ten uiterfte onbetaameüjk. Maar bet is onbetaamelijk om geene andere reden, dan omdat het eene geneigdheid js, welke niet overeenfterpt met den aart der dingen, noch met dat geene, welk indedaad het hoog. fte goed is. Daar tegen is eene neiging in iemand, om zijn eigen belang te verzaaken ter liefde van anderen , niet verder iet voortreffelijks, noch verder den naam van edelmoedigheid waardig, dan voor zooverre het beftaat. in eene, behandeling der

dir^