is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandeling over Gods laatste einde in de schepping der weereld.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IN DE SCHEPPING^DER WEERELD. 19/

voordgang ftreeven; fchoon nimmer de tijd koomen za!, wannneer zij in den volftrektften zin zullen konnen gezegd worden, tot den voorgeftelden eindpaal geraakt te zijn.

Maar indien de naauwfte vereeniging met God, befchouwd moet worden als zoo oneindig hoog verheven, dan moet men het fchepfel aanmerken, als eindeloos, allernaauwst, en innigst met God vereenigd. En dus befchouwd zijnde, dan moen hun belang worden aangemerkt, als één met Gods belang; en dus is het zelve niet als afgefcheiden of onderfcheiden van eikanderen, maar als één onverdeeld doelwit beoogd. Schijnt het iemand moeilijk , de Helling: dat God het fchepfel niet tot zijn laatfte einde ftelde door eene bedoeling eigenlijk onderfcheiden van de bedoeling van Zichzelven, overcentebrengen met Gods goedwilligheid en vrije genade, en met de verpligtjng van het fchepfel tot dankbaarheid; die herieeze en overdenke nog eens, hec geen hier over te vooren breeder gezegd is.

Rekent men, uit kracht van de naauwe vereeniging van een' man met zijn huisgezin, hun aller belang als één; hoeveel meer moet dan het belang van Christus' en zijne Kerk één zijn

wier aanvanglijke vereeniging in den hemel reeds onuitfpreekelijk volmaakter en verhevener is, dan die van eenen aardfehen vader en zijn huisgezin —■ wanneer men dezelven befchouwt met opzicht tot hunne eeuwige en fteeds toeneemende vereenigingï Zeker, men mag dezelven billijk zoozeer als één èelapg aanmerken, dat ze ten rechte, niet als onder-