Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„ hadde ik een goed toevertrouwen tot U, „ gij oude Robbert POORTIER! dat „ gij ook eenmaal komen zult om mij mijnen „ fmachtriem los te maken, en mij tot beetere „ Tijden veilig aan mijne Plaatze ter ruste „ neer te leggen."

„ Ik heb daar een Boekje gefchreeven, en „ brcngeMJ dat; 't is Pcëfij en Profa. Ik weet „ niet of ge een Liefhebber van Gedichten „ zijt; maar ik zou het haast niet denken, „ daarge over het geheel geen korstwijl duldt, „ en de tijden gelijk men wil voorbij zouden „ zijn, in welken de Gedichten iets meerder „ waren. Een en ander in het Boekje zal „ u hoope ik niet geheel misvallen; het meeste „ is Lijstwerk en kleine Snuisterij; doe er „ mede wat gij wilt.

„ De Ouden (zoo vervolgt hij in eene bijgevoegde aanmerking) moeten hem anders heb„ ben afgebeeld: als een Jager in den Mantel „ der Nacht, en de Grieken: als een Jonge„ ling, die in eene rustige houding met een n neergeflagen droevig oog de Fakkel des Le-

„ vens

Sluiten