Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

51° romeinsche

De fchrandere Overheden vonden hier toe een zeker middel. Het gezag der Gemeensmannen was binnen de ftads muuren bepaald, zelfs was het hun niet geoorloofd buiten Rome te gaan, dan eens in her jaar op de Latynfche vierdagen. Van deze beperkingen, met welker vastiielling men ongetwijfeld wederzijdsch geen oogmerk had, om het geheele gezag der Gemeensmannen , als men zulks wilde, te leur te Hellen , maakten zij listig gebruik. Zij begaven zich buiten Rome, en hielden in tenten de voorgenomen werving. Die zich aan deze werving onttrokken, leerden door hun voorbeeld aan anderen de gehoorzaamheid, daar de Confuls hun vee, landerijen, of ïkkergereedfehappen aanfloegen tot eene willekeurige boete hunner wederfpannigheid.

Door zulk een ongewoon doch nadruklijk middel de voorgenomen werving fchierlijk volbragt hebbende, trokken de Confuls fpoedig met deze manfehap uit: fabius naar het leger, welk ter dekking der bondgenooten ftrekte, en valerius naar het ander, welk in hetVolscifche land lag. Doch daar men weinig ftaat kon maaken

op

II.

BORK IV. HOOFDST.

]. voor C

48..

J. van R. 071.

De werving door de Confuls in het veld gehouden.

Sluiten