Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II

BOEK IV. HOOFDST.

j\ voor C 481.

J. van R 371.

Eene on

kuifche Festaaifche pries leresfe ge ftrafc.

5Ï2 romeinsche

fchenden flag bleeven de vijandlijke le* gers weder werkloos liggen, het geen men te Rome aan het opzet des Confuls ' toefchreef, om den oorlog fleepende te • houden, en onder het krijgsvolk aan de onbekwaamheid van hunnen Veldheer.

Intusfchen werd Rome door gansch an-^ dere gevaaren ontrust. Eene der Prieste■ resfen van vesta had haare offers aan de 'Godinne der liefde gebragt. Deze ontrouw aan gewijde beloften en derzelver bijgeloovig verband met de welvaart van den Staat, fcheenen te vereisfchen, dat zich de hemel zelf verontwaardigd toonde over zulk eene misdaad. De fchrandere Geestlijkheid liet het daarom aan geene voorteekenen van onheil, fpooken en verfchrikkingen ontbreeken, welken allen te kennen gaven dat de eene of andere Godheid met haare offers onvoldaan was. Men zogt kwanswijs en vond de ongelukkige opimia. Van het altaar afgerukt, waar voor haare neiging zoo gansch ongefchikt was,begroef men haar leevendig, en bragt men twee haarer minnaars, na eene openlijke geesfeling, ten dood. Na deze

fchrik-

Sluiten