Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3o

ROMEINSCHË

II.

BOEK

V.

HOOFDST.

J. voor C

470.

J. van B s8a.

Korte dochhevi woedend pest.

handeling van dit voorftel ten einde zörider dat hetzelve werd afgedaan, daar dë i bekwaamfte redenaars uit den Raad zich " tegen hetzelve lieten hooren, en de Ge• meensmannen telkens derzei ver ingebragtë zwaarigheden trachteden te wederleggen. Tegen den daarop volgenden derden marktdag werd het wederom aangeplakt, maar ook even vruchtloos. Volero voorziende, dat men zijn voorftel door kunftig twisten Hechts buiten werking wilde houden, beraadflaagde reeds over andere maatregelen, doch werd in derzelver uitvoering gehinderd, wijl nu eene wezenlijke pest, welken geheel Italië overviel, ert inzonderheid te Rome woedde, de aandacht der ongelukkige burgerij van allé ftaatkunde aftrok. Tegen dezen geenzins ingebeelden of f voorgewenden ramp vermogt alle menfchelijke hulp even min, als alle de kunftenaarijen des bijgeloofs; dezelve woeddë zonder onderfcheid van geflacht of jaaren $ en was gelukkig maar niet langduurig genoeg, om geheel Rome te ontvolken. (1)

De

(O DlON. HAL. L. IX. p. 598, 599.

Sluiten