is toegevoegd aan uw favorieten.

Romeinsche geschiedenissen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

228

s.omeinsche

ir.

BOEK vj. HOOFDST.

J. voor C

447.

J. van R 305.

Onrust dier gehee le vergadering.

vervolgde hij, dat jaar is verlopen; gij hebt uw gezag zonder 's Volks toeitemming behouden, en zijt dus overweldi'gers in het gemeenebest; gij hebt dat aan•gemaatigd gezag tot den ondergang des vaderlands misbruikt, en zijt dus fnoode dwingelanden, wier onderdrukking wij zouden verdienen , indien wij in ftaat waren, ons daar aan te onderwerpen...." Maar hij had nog niet uitgefproken, wanneer alle de Tienmannen hem omcingelden, en met niets minder dreigden, dan met hem van de Tarpejifche rots te ftorten.

Eene bedreiging van dien aard verwekte zulk eene algemeene beweging, dat de Tienmannen fchierlijk inzagen , dat zij te ver waren gegaan. Appius verzogt daarom, op eene minzaamer wijze, ftilte en gefchiktheid, en beloofde, eenen ieder de gelegenheid en vrijheid te zullen geven, om op zijne beurt zijn gevoelen over het eigenlijke voorftel ter dezer vergadering te doen hooren. Evenwel voegde hij hierbij, dat hij, de magt der Confuls en Gemeensmannen in zich te gelijk vereenigd bezittende, eenen ieder ftraffen

kon,