is toegevoegd aan uw favorieten.

Romeinsche geschiedenissen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II.

BOEK

Vu.

HOOFDST.

J. voor C

415.

J. van R 337-

J. voor C

414. J. van R

338. J. voor C

413. „ J. van R

339De eisch der landverdeelingweder oncweeken.

440 ROMEINSCHE

over de verdeeling der landerijen van Labicum te voorkomen, befloot de Raad eenpaarig, vijftien honderd volkplantelingen 'naar die ftad te zenden, en elk twee bunderen lands van derzelver grond toe te leggen. (1)

Onder de volgende regeering van Krijgstribunen (2), genoot Rome eene volkomene uitwendige en inwendige rust: de eerfte behield zij zelfs onder de opvolgers van dezen (3), doch de laatfte werd toen geftoord door twee Gemeensmannen, die het oude voorftel, om alle veroverde landerijen onder het Volk hoofd voor hoofd te verdeden, met nieuwe leevendigheid ter baane bragten. Sp. maecilius die voor de vierde, en metilius, die voor de derde maal, Gemeensluiden waren, fchoon het Volk hun buiten hunne

me-

CO Liv. L. IV. c. 45-47.

CO Zij waren agrippa menenius lanatus

II. l. servilius STRUCTUSlI. P. l U C r e t i U s TRIC.P1TINUS II. sp. veturius crassus CL C u R i n u s.

(3) Met naamen a. sempronius atratinbs

III. m. papirius mugillanusII. sp. nautius

RWTILUS II, q. FABIUS VIBULANUS.