Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5io

ROMEINSCHE

II.

BOEK

VIII.

HOOFDST.

J. voor C

393J. van R

359de Falis. cers en Ca paters.

wachtte elk meerder van zijne bekwaamheden , dan men nog wel durfde hoopen. Schierlijk echter gaf hij aan deze weifelende hoop eenen aanmerklijken fteun. Met de Faliscers en Capeners bij Nepet flaags geraakt zijnde, gaf zijn zonderling ■beleid en goed geluk hem eene volkomene overwinning : hij joeg deze vijanden niet flechts uit een, maar veroverde tevens hun ganfche leger, van welks buit hij een kleen gedeelte aan zijn krijgsvolk fchonk. Zich van deze ontrustende vijanden het eerst ontdaan hebbende, voegde hij zijn ganfche heir bij het leger , 't welk reeds voor Feji lag. Aan hetzelve gaf zijne krijgskunde terftond eene andere gedaante, door de fchanstoorens te verdubbelen , en een einde te maaken aan die geringe en flechts volkvernielende fchermutzelingen, welken 'er tot nog toe tusfchen de belegerden en belegeraars hadden plaats gehad. Zijn bevel, dat niemand op zijn eigen gezag de wapenen gebruiken zou, werd geëerbiedigd , en al het krijgsvolk volvoerde gewillig den last, dien hij het zelve ter voordzetting der belegering opleide. De ondermijning van het vijandlijke

kas-

Sluiten