Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ven heeft, die als zoo veele vergruisde brokken der oude alleen heerfching thands nog ons waerelddeel verdeelen en fplisjchen, zvordt de gefchiedenis van Rome'j val, ook van dezen kant, voor eenen ieder zoo belangrijk als deszelfs ivor.dtrbaare opkomst immer zijn kon, en waagde 'er de uitmuntende gibbon niets lij, juist dit gedeelte ten onderwerp zijner gefchiedenis te nemen. — Hoe vereent'gt Rome'f gefchiedenis in dat tijdvak, ja veel vroeger reeds, zich niet\met f/Hiiftorie van ons vaderland? — Ongetwijfeld ft rekt het onze natie tot eene zuezenlijke eer, thands zulk eene onverzaadlijke en algemeenc begeerte te doen blijken naar de kennis van haare eigen gefchiedenis, en greetig alles te ontvangen, wat zelfs den toeftand van dit land in de allervroegfte dagen ophelderen kan. Waar, intusfehen, vindt de beoefenaar van de gefchiedenis zijns vaderlands die allereerste oorkonden anders, dan in de Romeinfche gefchiedlchrijvers. De Batavieren , onze voorouders, waren de getrouwfte lijfzvaebten der eerfte Keizeren ; zij diendenmet uitft ekenden krijgsroem in derzelver legers ; hernamen de zuaardigbeid van een vrij en onafhanglijk Folk, zoo ras het Keizerlijk gezag in de onverdraaglijkfte dwinglandij begon te ontaarden ; en verdeedigden hunne oor** 4 ff rong

Sluiten