is toegevoegd aan uw favorieten.

Romeinsche geschiedenissen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GESCHIEDENISSEN. 397

der den gedoemden last; het geheiligd vaderbloed verwt de ftootende wielen en fpat het raazende vroumensch in het on-H befchaamd gezicht. Zij rent zonder wroeging voord; wacht aan haar paleis tarquinius af met deze teekenen haarer helfche zegenpraal op menfchelijkheid, Godsdienst en oudermin; en dompelt zoo roekeloos, als heiligfchennig, hem en hun gezin in den verdienden vloek des Hemels , die zulke gruwelen niet ongeftraft laat. De wijk, waarin de ongetemde heerschzucht eener Vorstinne dit fchrikbeeld der menschheid vertoonde , werd wel eer de Cyprifche, doch daarna de gruweUwijk genoemd, (i)

Aldus kwam servius tullius rampzalig aan zijn einde, in den ouderdom van vier en zeventig jaaren en na eene vier en veertig jaarige regeering.

Zijne verdienften hebben wij zoo dikwijls opgemerkt, als wij van zijne inrichtingen fpraken. — Hij drong zich , wel is waar, op den throon, maar zijn wijs

en

(i) Dion. hal. L. IV. p. 240-242. Liv. L. I. c. 47, 48. O vid. Faft. L. VI. f. 600. feqq.

L

boes

VI.

OOFDST.

Charakter /an sernus.