is toegevoegd aan uw favorieten.

Romeinsche geschiedenissen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GESCHIEDENISSEN. 8l

Óm de kiesvergadering voor aanftaande Confuls uit te Hellen tot zijne terugkomst binnen Rome, ten einde hij de mededinging van zijnen Onderbevelhebber m. fuv i u s p i s o naar die waardigheid perzoonlijk zou kunnen onderfteunen. Eenige leden van den Raad waren zwak genoeg, om acht op dit verzoek te willen liaan: maar cato verzettede 'er zich nadruklijk tegen; niet zoo zeer, om dat hij het uitftel der kiesvergadering van zeer veel aanbelang reekende, als wel, om aan pompeijus geenen voet te geven tot eenige meesterfchap in den Raad. De verkiezing gele hiedde op den gewoonen tijd , en de fchriftlijke aanbeveling van pompejus was genoeg , om p i s o eenftemmig te doen benoemen, wordende hem m. v alerius messala tot Ambtgenoot toegevoegd ( i ). Den eerften befchrcef c icero, in eenen brief aan atticus, als eenen Confuhm een kleen en laag hart, wiens gelaat belagchelijker was, dan zijne fcherts ; die zich met het Volk niet bemoeidde, en zich van de Grooten ver-

wij-

(i) Plut in CAT. p 773XV. deel. F

VI.

BOEK

VUL

HOOFOST.

j. voor C.

61. J. van R. 6yi.