Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

506*

R0MEINSCHE

VII.

bob K.

IV. hoofdst.

J. voor C.

55. J. van R. 697.

ken , en zich alzoo weder met caesar gelijk te ftellen (1). Pompejus , die dit ftaatkundig inzicht billijkte en zich uit dien hoofde nu weder met crassus verbond, van wien hij reeds aanflagen tegen zijn leeven vermoed had, kwam tevens met hem overeen, om beiden ten fpoedigften c/esar te gaan onderhouden over het belang, ook voor hem zeiven, van hun Confulfchap, ten einde hij zijnen invloed en zijne handvullingen, door middel zijner zenderen en werktuigen, nu zou laten werken ter bevordering van dit hun oogmerk, zonder welke medewerking zij zich van den uitflag niet konden verzekeren (2).

C^sar had zich, onder voorwcndzel van de zeden der Illyriê'rs van naderbij te willen leeren kennen , den ganfchen winter aan de grenzen van Italië opgehouden, niet flechts in het algemeen, om van verre een waakzaam oog te houden op het gedrag zijner twee mededingers,

maar

(1) Plut. in crass. p. 551.

(2) Plut. in cass. p. 708. Dio cass. L. XXXIX. p. ic2, 103.

Sluiten