Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

49°

ROMEIN S C HE

III.

BOEK III.

HOOFDST.

J. voor C

310. J. van R.

4+2.

bijgeloof het minst verandering of nieuwigheid dulden kan , onderwierp hij aan zijne vreemde inzichten.

Eeuwen lang voor de bouwing van Rome had 'er reeds in Italië een eerdienst van hercules plaats gehad (1), die bij deszelfs oprichting aan een oud man onder de Aborigines, potitius genaamd, was opgedragen en onder wiens nakomelingfchap, welke altijd in groot aanzien in Rome gebleeven was, tot nog toe dat Priesterfchap berustede. (2) De tegenwoordige afftammelingen van dat geflacht lieten zich door appius overhaalen, om alle de bijzonderheden van hunnen altaardienst aan llaaven te leeren, en denzelven tevens door hun waar te laten nemen. Zulk eene ftoute verandering in den vereeuwigden eerdienst der Goden trok aller oplettendheid op deze roekelooze naneeven van den Godsdienftigen potitius en op den Schatmeester, die dergelijke omkeeringen in den Godsdienst niet flechts ongeflraft aanfchouwde, maar zelfs door

zijn

(O Zie D. I. bi. 6, 7.

(s) DlON. HAL. L. I. p. 3-.

Sluiten