Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

49*

ROMEINSCHE

III.

boek III. hoofdst.

J. voor C.

3ioJ. van R,

4*2.

Aqua Appia.

en overvloedig water naar Rome brengen zou. Hij begon met zijnen Ambtgenoot aan de uitvoering dezer ftoute onderneming te werken, en zettede dezelve tot verbaazing van elk voord.

Langs den Praenestynfchen weg CO tot op de hoogte dier Stad liep deze waterleiding , welke dwars door en in de nabijheid van Rome met gewelfde boogen boven den grond onderfteund werd, maar het grootfte gedeelte tot aan Praeneste toe in diep onder den grond gemetzelde gooten de ontvangene wateren doorliet: aldaar op den afftand van zeven mijlen ontvong zij de uitftorting van verfcheidene beeken en bragt dezelve door haar hellend ivaterpas te Rome in verfcheidene komrien over, waar uit de geheele burgerij ïene overvloedige en heldere laavenis pond. CO

Schoon de Schatmeester plautius zoo veel deel aan deze onderneming had, lat de ontdekkingen, welken hij van de ideren der rivieren deed , hem den bijnaam

Cl) Zie Les Environs de Rome agter D. I. C2) Fr ont ik. de dquaeduct.

Sluiten