Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

s

ANNA.

ten einde de zo even genoemde Vrouw en Kind te haaien.

De Vreemdeling had 'er zich niet over uitgelaten, of de perfoon, die de kamers zoude betrekken, al of niet zijn Vrouw ware; 't geen bij Jufvrouw Clarkk, uit hoofde harer ftrenge grondbeginzels, eenige ongerustheid baarde. Ondertuflchen waren hare kamers ledig, en hadden al den geheelen zomer geene bewooners genad; terwijl nu de winter naaderde, gedtiurende welken 'er zich zelden huurders voor opdeden. Bovendien maakte haar bekrompen toeftand haar thans minder nieuwsgierig, dan zij in voordeeliger omftandigheden misfchien zou geweest zijn; gelijk zij zich dan ook van alle vraagen had weêrhouden, uit vrees, dat zij zulk een antwoord mogt bekomen, waar door «ij een voordeel zou moeten laten varen, welk zij thans zo hoog noodig had.

Twee uuren, na dat de Vreemdeling van haar vertrokken was, hield een Huur-koets voor haar huis ftil, waarin hij zich, beneffèns een Vrouw, die alle teekenen van teering op haar gelaat had, en 'er daardoor zeer vervallen uitzag, een kleen aardig Meisje, van drie of vier jaaren oud, een valies en een kleen koffertje bevond. Gelukkig was Jufvrouw Clarke een Vrouw, die 'er eer in ftelde, om hare beloften te vervullen; zo als zij dan ook, met den meeften fpoed, de kamers in gereedheid gebragt, en een Baaker gehuurd had; welk volftrekt ooodzaaklyk was,

uit

Sluiten