Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6 ANNA.

doch haare tegenwoordigheid deed de vreugd in de harten haarer beide Vrienden herleeven. Jufvrouw Mansel konde haare traanen over dit leevendig blijk haarer toegenegenheid niet weerhouden, en verklaarde , dat zij nu geenen anderen Geneesheer noodig had'; terwijl haar Echtgenoot, wiens geheele gelukzaligheid in zijne Vrouw als in één middelpunt zaamen liep, in eene dankbaare verrukking was opgewogen over het gelukkig uitwerkzel, welk het gezicht

van Anna bij haar te weeg bragt. De herdelling

dezer uitmuntende Vrouw ging langzaam en onzeker voord; haar gezwollen en ontdoken been deed haar het huis houden; terwijl haare overige pijnen haar zelden toelieten, om van eenigen der vriendelijke Buuren een bezoek te ontvangen.

Deze korte afwezigheid, welke voor Anna, als het ware, eene nieuwe waereld had geopend, en haar tooheelen doen befchouwen, die zo ver in pragt en luider boven alles, wat zij op het Landgoed van den Heer Melmoth had gezien, uitmuntten, als dit Landgoed de wooning van den Predikant Mansel over-.

trof; deze korte afwezigheid, zeg ik, was van

geen ander gevolg, dan dat deze Vrienden haar daardoor nog dierbaarer waren geworden, en zij in het ftille leeven, waarvan zij eenigen tijd was verdoken geweest, een nieuw genoegen vond.

Zij had nu eenen ouderdom bereikt, waarin devoordeelen, welken zij uit het vriendelijk onderwijs van

den

Sluiten