is toegevoegd aan uw favorieten.

Ontledende verklaringen van enige psalmen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van dm XXIV Psalm." tv. 8, 235

II. KM. a. b. 2. AA. 33. aa. de alleen felvs <~ en Opperwefige Heer, de alleen algenoegfame, onafhangelyke, en onveranderlyke; de Schepper, en onderhouder van alle dingen, eöï: Men kfe vervolgens de Redenvoering van Paulus, voor hetvótiè te Athenen, op eten Areopagus gehouden, Hand. XVII: ii~ 32. om defelve hier niet uipefchryven. \\. Die. *. Sterk is in Syn natuur, de almagtige God, Die een arm heeft met magt: Wiens land fterk, Wiens regiehand hoge is, Pf. LXXXIX: 14. waardoor Hy alles doen kan, wat Hem behaagd. **. En Geweldig in al Syn werken, Die Sjnen euwigen raad, met magt, onverlètrelyk uitvoerd , en allen tegenftand ter nederwerpt en veriedeld.

bb. Het twede lid , waarin de naam Jehovah wederom herhaald word, heeft dan meer betrekking op het Koningryk der genade: De Here, geweldig in den stryd. 1. Sy noemen Hem wederom de Jehovah , welke naam hier, in enen meerderen nadruk, moet genomen wórden» fo alsiè betrekking heef?, tot het verbond der genade, en een God betekend , Die feer heerlyke en dierbare belovten aan Syn volk gefchonken heeft, welke Hy, als de waaragtige, getrouw vervuld, en beveiligd. 2. Die geweldig ts in den stryd. t. Wanneer van enen stryd gefproken word, brengd ons dat woord tebhmen: dat er vele, liftige, magtige, fo wel geedelyke, als fichamelyke vyanden fyc, hier niet te noemen; die den Koning der ere, en Syn volk dat onder Syne baniere firyd voerd, gram fyn, die lig tegen Hem, en; Syne heiligen, verletten, om de «prigting, en uitbreiding van Syn Koningryk, op allerlei wyfe afbreuk te doen. En dat, vooral by de eerfte oprigting van het Koningryk der genade, fou gefien worden. En fo worden de leerbegerige Heidenen onderwefen: dat de weg naar den Hemel een kruis-een ilryd-weg is, meer met doornen, dan metrofen, befaajd; en dat het Koningryk van delen Koning der ere daarom genoemd word : de ftrydende Kerk ! om dat al derfelver onderdanen , fo lange fy op aarde fyn, en tot de voleinding der euwen, onder de baniere van hunnen Koning, in ftryd begrepen fyn, tot fy de wapenen hunnes krygs, by den dood, met de Kroöe van heerlykheid, en overwinning lullen verwislelen. n. Dan, GG 2 dit