is toegevoegd aan uw favorieten.

Ontledende verklaringen van enige psalmen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van dtn XXIV. Psalm, vs, io. 239

II. A. W. fl. b. 2. BB. aa. flfl. bb. A'Z^/Z: 3. 4. ... Na den tweden (iu: komt Hy voor als een Veldheer, Die, in het voeten van Syne oorlogen, vele volkeren aan lig onderworpen heeft, die Hem voor Koning van. bun hart gehuldigd , die voor Hem den krygs-eed gedaan hebben, en die nu, met ons, onder Sy. ne bardere ftrydcn- il Van Hem, feggen fy: Dese is de Koning der ere, Sela. *. Dese, (met het woord &$irt, hoe, in den grondtekts,) Defe alleen, met verlaking van alles, is de Koning der. ere ; Dien wy daar voor eerbiedigen. **. Die fal, nu voortaan, (foals wy de betekenis, van het woord Sela, gegeven hebben, vs. 6) Die fal, voor altyd, de Koning der ere iyn, en blyven; Sy naamJalfyn, tot in euwigheid: Jo lange, als er de fonne is. fal Syn naam, van kind, tot kind, voortgeplant voorden ; en fy fullen in Hem gefegend voorden: alle Heidenen fullen Hem. zvelgelukfalig roemen. Pf. LXXH: 17. En der gr ootoeid defer heerfchappy, en des Vredes, fal geen einde fyn, op denthroon Davids., en in Syn koningryk, om te bevestigen, en dat te f er ken, met geriste, en met geregtigheid, van nu aan tot in euwigheid. Jes. IX: 6. 2. Dat dan de Ryks—gefanten, met fo veel blydfchap, verkondigen: Sy fpreken voor Koningen , van Syne getuigenisfen; de verheifinge Godes is in hunne kelen; fy ruden niet, voor dat fy de gantfe aarde, aan hunnen Koning onderworpen hebben.

~. Seer gemakkelyk vald't ons, uit de fchrivten der E- d« Vervulvangeüilen en Apoftelen aan te wyfen, dat alle defe faken al- ling. lerduidelyks in het begin van de Huishouding des N: T.-, otv der den dienft van de eerfte Evangelie - boden , hare vervulling ontvangen hebben; en even indielëlvde orde, als fè hier worden voorgedragen.- ibdanig felvs: du eeu aandagtig onderlbeker van êe Evangeliicte lünivten, reeds in de Verklaring, de Vervulling by iigfelven. heeft konnen opmaken. Weshalven wy geen breedvoerig betoog nodig hebben. 1. Hoe bekend is 't niet, vooral uit de Handelingen der Apoftelen, dat delè eerfte verkondigd s van het Evangelie, als Herauten van den Koning der ere, vol moed en gloed;, uitgingen, om dat Evangelie des Koningryks, onder Joden, en Heidenen, te verkondigen, en de ga mie aatje voos hunnen Koning opteéifchen ? So dat haar geluid,

over