Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DAAR BOVEN IS MIJN VADERLAND. aij

Nu kan ik vrij het hoofd blijmoedig opwaards heffen!

Tc Verlies mij zelf in 't heil van 't eeuwig Vaderland; Dat Kanaan van vreugd!... wat lot me ook hier moog'trefien,

Daar lacht mij de eerkroon toe, in jesus regtehand! De Godsdienst deed dien troost mij door het harte ftroomen:

Mijn euveldaên, hoe groot, zijn aan het kruis gehegt. Triümf!.. nu ben ik vrij; mijn jesus, neêrgekoomen,

Heeft op Kalvariën den fteen mijns heils gelegd, Toen Hij dit zalig woord deed van zijn lippen hooren:

„ Het is volbragt — uw eisch, ö Vader! is voldaan! Het menschdom hoort mij toe, en die Gij hebt verkooren,

Die zullen, door mijn bloed gelouterd, heenengaan". Hij zelf, de Immanuè'1, verwierf voor mij het leeven;

'k Was van het waare pad in Adam afgedwaald En vond vermaak en lust der zonden na te ftreeven;

Maar zijn genadeflem heeft mij op weg bepaald. Welk blij voorüitgezigt1... ö zaligvolle Honden 1

De dood zal 't leeven zijn voor mijn verloste ziel! Dan zal ik, van het ftof, van 't nietig ftof ontbonden,

Eens deelen in de vreugd die mij te beurte viel. Dan zal mijn oog den glans der heerlijkheid aanfchouwen.

't Gelooven houdt dan op — en alles wordt genot, 'k Ben dan geen vreemdling meer — dan wisfelt mijn vertrouwen,

Met waare hemelvreugde, in 't hoogftc Goed - in God!

Daa

Sluiten