Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

[ io ]

,, fmarten meer gevoele, en geef, dat ik heden „weder ergends brood voor haar moge vin-

den!..."—Zijn gansch voorkomen, zijne houding, zijne woorden, die telkens door zugten afgebroken werden — dit al les verwekte bij mij de leevendigfte ontroeringen, ó Deugd!... beminnelijke deugd!... ü ouderlitfde!... En dit reeds,op die jaaren!... In de daad kan deze knaap nog naauw zes jaaren bereikt hebben. — Nu tastte ik fchielijk in m jn beursje, en greep een kroon; maakte dien aan een koordje vast; ftak denzeiven tusfchen mijne zonne-blinden door, en liet ditkleen gefchenk dus tot voor het beeldje nederdalen, waarna ik weder te rug ging. De knaap werd rood, als vuur ,zag zeer verbaisd in het rond; vervolgens nam hij hètgeid, hetwelk hij kuste, terwijl hij eindelijk uitriep, — ,,ó Lieve. . .. lieve God!" zie daar. ... nu heb ik reeds wat j, voor mijne arme Moeder!..." — In het einde ging hij heên, en ik zag de traanen langs zijne wangen nederbiggelen.

Dezen avond ga ik naar den Schouwburg — dan , is het mogelijk, dat eene verdichting ooit, tegen zodaning een wezenlijk tooneel voor het gevoelig hart, zou kunnen opweegen!...

DER-

Sluiten