Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

n

IV. Psalm.

Deze Pfalm Jchijnt, even als de voorgaande > op de vlugt van David voor Abfolom gemaakt te zijn.

Een Pfalm Davids, om op fnaaren te fpee- i len.

Wanneer ik roepe, dan antwoord mij, God, a gij, die mij rechtvaardig verklaart.

Gij, die mij in de engte wijde ruimte maakte,

Ontferm u over mij, en hoor mijn gebed. Gij Grooten , hoe lang zal, het geen mijn 3 roem is, fchande zijn?

Hoe lang wilt gij ijdele verdigtzelen beminnen,

En onwaarheid zoeken ?

Weet

vs. 3.] Het fchijnt, dat de bewerkers van denopftand tegen David één zijner loflijkfte bedrijven, het welke hem tot eene wezenlijke Eer geftrekt zoude Jiebben, 20 verkeerd duidden, dat zij een algemeen misnoegen des volks tegen hem verwekten ; en dit noemt hij hier, zijn roem zoude zijneJckande zijn. Mogelijk word gedoeld, op het geen bij den opftand van Abfalom werklijk het voorwendzel was. David hield zelf gerichte, en hoorde de k.'agten en Appellen zijner onderdaanen, en dit was voor hem eene waare Eer; maar om dat de klagten te veel waren, zo ontftond daaruit, dat zo fchitlijkgeen recht gedaan konde worden. David wierd befchuldigd, als konde men bij hem geen recht krijgen , en hierdoor wierd het volk van hem afkeerig gemaakt. 2 Sam. XV. a—6»

Sluiten