is toegevoegd aan je favorieten.

Nieuwe overzetting des Ouden Testaments met aanmerkingen voor ongeleerden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3*2 HET BOEK DER PSALMEN.

Laat de vloed mij niet verdrinken, 16*

En de diepte mij niet verflinden:

Laat de opening des kuils niet over my

worden toegefloten. Antwoord mij, Jehova, want gij zijt goe- 17

dertieren en genadig, Zie op mij naar uwe groote harmhartig-

heid,

En verberg uw aangezigt niet voor uwen 18 knegt;

Antwoord mij haastelijk in mijne benaauwdheid.

Zijt de naaste mijns leevens, en behoud 19 het,

Help mij om mijner vijanden wille.

Want gij kent de fmaadheden en fchande, 20

die ik draag, Gij aanfchouwt alle mijne vijanden. De fmaad wondt mijn hart, ik worde mag. 21

teloos, en ben duizelig, Ik hoop op medelijden, maar daar is geen,

En

vs. 16. Laat de opening des kuils niet over mij worden toegejlooten.'] Zie de aanmerkingen op den 40/Jen Pfalm, vers 3. Wanneer iemand in zulk een kuil, als ik daar befchreeven heb, geworpen is, en de mond des kuils nog daarenboven toegeftopt wordt, (eene zaak, die de Arabiers zeer kunilig weeten te volbrengen, zo dat niemand de agterdogt krijgt, waar de opening des kuils zij,) dan is nog de laatfte hoop der verlosfing afgefneeden.

vs. ip.] De fpreekwijzen fchijnen ontleend te zijn van den Hebrceuwfchen Goël, dat is, van den naasten bloedverwant, die fchuldig was, het bloed van zijnen nabeftaanden te wreeken.