Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ft HET BOEK DER PSALMEN.

Hij gaf hun vee den ha^el ten prooij,

£p hunne kudden aan de vogels.

Hij zond zijnen toorn tegen hen uit, den

vloek en het gebrek, Ganfche fchaaren van Engelen des ver

derfs.

Hij baande zijnen toorn den weg;

Hij

ggS, fIk M» e" k m onderwijs in de

fu"lleren. of de Natuurkunde, geeven (want van be,den verftaa ik niets,) en ter verÏÏ' rmgvan een gedicht is het genoeg? daboomen nnn„?Ch da,lma ver^oogen enftefven, n mS

^t]^IX^S^^ dood'zo°

JtwLe^ng^of Duivers ^*tf£ fn het AeeuM Iee^a£frfl" en die Gods bevelen van ftraffen uitvoert lf loof zekerhjk niet, dat hier eigenlijk van d'e iesfm

de Scheef' We,-kewij En^elen noe'"en- m ar de ganfcne Natuur, in zo verre zij Gods bevelen

Su' dC Z''ekten' welke°P S ^enk dS Mgyptenaaren overkwamen, worden als boden of d.enstkne,ten van God voorgêfteld. fk had daamm in de plaats van Engelen ook boden™ TJmf k,™gten def verderft, of beulen, bunnen zéfte": doch gedeeltelijk om het oordeel mijner Leezerszo JSS^* m°Se^ is, vóór in te neemen,6gedeelÏÜ* voorbeelden voor hun niet onkenbaar te maaken, waarin het woord , dat wij door Engelen overzetten, 0ok de leevenlooze Namur, wel ke Gods wil uitvoert, beteltent, heb ik, Engelen behouden. Men zie mijne verklaaring vin ik Brtef aan de Hebreeuwen, bh 91—9*. PS. 50.] Een dichterlijk voorfrel, volgens het welk

Sluiten