is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe overzetting des Ouden Testaments, met aanmerkingen voor ongeleerden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IC a p. XIII. 8S

De hoop, die lang vertoeft, maakt het hart ongefteld,

De vervulde wenfchen zijn een geneesmid. del.

Die

grootfte gedeelte zijner honderd duizend gulden verliezen zal.

De bijbel, die ons zulke regels geeft, is dus in 't geheel niet tegen eene verftandige fpaarzaamheid, noch tegen hetoverhouden.dat eenige ijverige zedekundigen voor gierigheid hebben uitgemaakt. Maar mogelijk mogt menig een zeggen: is dit niet flegts een regel der voorzigtigheid? Is het zedekunde? En hoe kan het hier onder de zedefpreuken liaan? —Ik denk, dat het, ten minden in gewoone gevallen, ook eene wet der zedenleer is, die door het toedoen zijner huishouding, en de flechte overeenkomst deruitgnaven met de inkomften, een armman wordt, die zondigt; wan t de arme worde een last voor anderen, daar hij tfoor eene betere huishouding van a-ig zeiven had kunnen beftaan ; indien hij zelfs door het flecht beltellen zijner zaaken fchulden maakt, die hij in 't einde niet betaalen kan, (het gewoon gevaf des rijken, die langzaam arm wordt,) dan berooft hij anderen van hun goed. Ik wil niet eens gewaagen , dat zijne kinderen, die hij in den overvloed opgebragt, en daaraan gewend had, door hem ongelukkig worden, als hij zijn vermogen doorbrengt; want bij deze aanmerking mogt mogelijk iemand, die geene kinderen had, eene uitzondering ter verfchooning zijner buishouding willen maaken.

Het blijkt duidelijk, dat 'er bij deze zedeles niet van elk bijzonder jaar gefproken wordt, waarin de uitgaaf wegens buitengewoone omftandigheden grooter zijn kan dan de ontfangst; noch ook van dat geval, dat iemand van zijne ontfangst onmogelijk leeven kan; want wiens toeftand deze is, d^e behoort reeds tot de armen.