Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAP, I. [ t«j

Jehu ftratTen , en aan het Rijk van Israël een einde maaken.| Dan zal. ik den boog 5 van Israël in het dal van Jisreël verbreeken. |

Zij wierd nogmaals zwanger, en baarde 6 hem een dogter. God gebood, haaren naam Loruchama O'e geene ontferming vindt) te noemen, want, .zeide hij, ik zal mij over Israël niet verder ontfermen^ maar defchulden ftreng van hun invorderen: | doch over 7

het,

eigenlijk flegts daarin, dat zij moorden ongeftraft, en juist daardoor lieten toefleemen.

De ftraffen van het huis van Jehu volgden voort na den dood van Jerobeam den tweeden; de voo.maamfte omftandigheden ontbreeken ons hier flegts in de ge-, fchiedenis. Zo veel zal men uit de voorafgaande gefchiedenis' zien, dat zijn 'zoon Zacharia eerst naa een lang tusfchenrijk van 12 jaaren tot den throon gekomen is, en djen flegts een half jaar behouden, heeft, dewijl hij vermoord wierd.

De voorzegging van den Profeet fchijnt kort vóór dit orrgelulj, mogelijk in 't laatfte jaar van Jerobeam, bekend gemaakt te zijn.

en aan het Rijk van Israël een einde maakenj Naamelijk voor eenigen tijd. Dit ziet óp. het eveH gemelde tusfchenrijk van veele jaaren.

vs. 5.] Bij de verklaaring van dit Vers verlaat ons de gefchiedenis, die buiten'dat van dit geheele tusfchenrijk zwijgt, en het ons enkel uit de jaargetallen laat opmaaken.

vs. 6.] Een zinnebeeld van de lotgevallen der Israëliten onder hunne laatfte koningen, tot aan de verwoesting van hun Rijk , en de wegvoering van het volk in de Asfijrifche ballingfchap. II. Kon: XV: 13. — XVU: 6.

vs • 7.] De vervulling II. Kon: XVIII. XIX. Jef: XXXVI. XXXVII. XXXVIII. Die eenige ophelderingen van deze gefchiedenis vei langde, zal ze in mijne Voorrede op Jefaia, bl. XXX—XLVIII. vinden.

B 5

Sluiten