is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe overzetting des Ouden Testaments met aanmerkingen voor ongeleerden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C A v. XL ïff

twee ftaven uit, den eenen noemde ik, goedertierenheid, en den anderen, verbond, en zo weidde ik^ de fchaapen. | Binnen 8 ééne maand maakte ik de drie hérders van kant; ik had een afkeer van hun, en zij hadden een afkeer van mij. | Daarop zei- 9 de ik: ik heb geen lust verder om ü te weiden, dat fterft, fterve, dat omkomt, kome om! en dat de overigen malkanderen opëeten!| Daarop nam ik mijnen 10 ïtaf, goedertierenheid, en brak dien in ftukken, om daardoor mijn verbond te herroepen, dat ik met alle volken gemaakt

had.j

vs. 8.J Van de drie herders, die binnen ééne maand gedood zijn, weet ik niets te zeggen. Dit is uit Jofephus bekend', dat Herodes het ganfche Sijnèdrium, waarvoor hij in zijne jeugd te recht geftaan had, en uit vrees vrijgefproken is, ook den daarin voorzittenden Koning Hijrkanus, allengsjens gedood beeft, wanneer hij den throon beklom, alleen den enkelen Sameas (Simeon, Lite. II: 25—27.) die hem ter dood wilde veroordeeld hebben, uitgezonderd, {Oudheden, XIV, 9, 4) onder deze gedooden zouden ook deze drie in ééne maand uitgeroeid kunnen zijn, maar uit de Gefchiedenis herinner ik mij van dezelven niets.

vs. ió.] Zou dit mogelijk zo veel zijn ais: God had tot hiertoe de Jooden voor den overval van vreemde vólken befchermd, en a's met dezen tot zekerheid der Jooden een verbond gemaakt; maar nu heft hij die befcherming op. Van den tijd van Pompejus af wierd Jerufalem van Romeinen en Parthers beurtelings veroverd, en eindelijk den Jooden van de Romeinen een ten uiteiften h iatelijken Koning van een vreemd volk, Herodes, door geweld vatl Wapenen opgedrongen.

M