Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Cap. XXXIII. i4,

een begin van geluk en waarheid openbaaren:| het in de dienstbaarheid weggevoer- 7 de Juda en Israël zal ik weder terug bren gen en het bouwen, gelijk voorheen. I Ik 8 zal hen van alle hunne zonden reinigen welke zij tegen mij bedreeven hebben, en hun alle hunne fchuld vergeeven, waarmede zij tegen mij gezondigd hebben , en van mij zijn afgevallen.f Deze ftad zal mij tot 9 eer, tot vreugde, tot lof en roem onder alle volken des aardbodems ftrekken , wanneer zij het goede hooren, dat ik haar bewijze: zij zullen verbaasd ftaan en beeven over al het goede en geluk, dat ikhaarfchenkenzal.| Dus fpreekt Jehova: daarzal nog ro in deze plaats, waarvan gij zegt, dat hij woest wordt, zonder menfchen en vee, in de fteden van Juda, en op de ftraaten van Jerufalem die woest, zonder inwoonders, zonder menfchen en vee zullen zijn, I de ftem 11 der vreugde en vrolijkheid klinken, het bruiloftslied van bruid en bruidegom^ het gezang der geenen, die zeggen, looft \ho. va den God der Goden, want Jehova is goed, en zijne goedheid duurt eeuwig, en die dankoffers tot Gods Tempel brengen, wantik zal hen, die uit het land in de flaavernij eevoerd zijn, terug brengen, zo dat zij het bewoonen, gelijk voorheen, fpreekt Jehova. | Dus fpreekt Jehova, de God der Go la

den:

tm'£fTWaaïh?id] vervu,Ji"g der goddelijke beloften, getrouwheid in her houden zijner toezeggin.

Sluiten