Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ca*. Vt %f

Gij bergen van Israël, hoort het woord] van den Heere, Jehova! Dus fpreekt de Heere, Jehova, tot de bergen, heuvels, bronnen en dalen: ik zal u oorlog brengen, en alle uwe afgods hoogten verwoesten. [ Uwealtaaren zullen verwoest, en uwezon 4. nezuilen worden omgeworpen: uwe verflagcnen zal ik voor hunne fchandgoden op den grond leggen, j de rottende lijken der Is S raëliten voor hunne fchandgoden, en uwe beenderen om hunne altaaren ftroojen. | In 6" 'tgeheele land, daar gij woont, zullen de Iteden verwoest, en de hoogten der afgoden vernield worden, uwe altaaren verwoest en verwilderd, uwe afgoden verbroken en onbezogt, uwe zonnezuilen neêr*

ge-

men in Palestina zij, want zij waren niet allen in de Asfijrifche ballingfchap gevoerd, maar veeien terug gebleeven, en dezen hadden zelfs aan het Pafchafeest van Hiskia en Jofia deel genomen. M iar anders weeten wij omtrent hunne gefchiedenis van dezen tijd niets met zekerheid, niet, of zij met het Rijk van Juda eenigermaate te zamen gehangen, of Zij m den oorlog eene partij getrokken hebben, fconóm, wij weeten niets van hun, dewijl wij gee. ne gefchiedboeken hebben; het is mij dan ook onmogelijk, de vervulling dezer voorzegging uit de gefchiedenis aan te toonen.

mé. 4. fchandgoden.] Wien dit woord in onze taal te hard mogt voorkomen, dien kan ik zeggen, dat het nog wat meêr gemaatigd is, dan 't geen in de grondtaal ftaat, dat letterlijk door drekgoden moest overgezet worden, welk woord men nogthans in onze taal niet zo dikwerf, als het in 't Hebreeuwsch voorkomt, zonder kwetzing van het geSoor herhaalen kan.

Sluiten